UITNODIGING OM DEEL TE NEMEN IN EEN CALL VOOR COFINANCIERING door de EU via een ‘LIFE INTEGRATED PROJECT’


We willen als Nederland meedingen naar subsidie (met cofinanciering) vanuit de EU. Met een consortium van private en publieke partijen/projecten willen we een aanvraag indienen voor een zgn. LIFE Integrated Project.

Initiatiefnemers zijn het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Het Groene Brein en MVO Nederland. Met de subsidieaanvraag willen we zorgen voor een extra versnelling van de transitie naar een circulaire economie. Door Covid-19 is de noodzaak hiertoe extra gebleken, met het falen van de markten van plastic en textiel.

We willen dit consortium inrichten met projecten van partijen die in de praktijk werken aan de circulaire economie en die hierbij verdere ondersteuning kunnen gebruiken. De projecten komen dan in aanmerking voor 60% EU-subsidie voor hun project.
Hierbij nodigen we u dan ook van harte uit om uw project aan te melden. Hieronder vindt u een korte toelichting op de subsidiecall waarvoor we willen inschrijven, wat voor type projecten we zoeken, hoe u mee kunt doen en aan welke voorwaarden het project moet voldoen.

Alvast veel dank voor uw reactie.

Inleidend / wat is het Life IP?

Integrated Projects zijn een onderdeel van het EU-subsidieprogramma LIFE, waarbinnen milieu-, klimaat- en natuurprojecten in EU-lidstaten worden gestimuleerd met als doel de EU-doelstellingen te bereiken. Het IP is een programma waarbinnen een aantal projecten moet vallen die bijdragen aan een versneld   en kwalitatief robuust bereiken van de Europese doelstellingen, in dit geval op het gebied van afval en circulaire economie.

Als de subsidie daadwerkelijk gegund wordt, krijgen projecten binnen een IP 60% cofinanciering door de EU (de resterende 40% is voor rekening van de projecten zelf). Een IP als geheel heeft een langjarige doorlooptijd (Nederland beoogt met dit IP 8 jaar) en een omvang van gemiddeld ongeveer 10 miljoen euro (vanuit de Europese Commissie) voor de totale doorlooptijd.

In 2019 is een eerdere poging gewaagd waarbij met veel partijen is samengewerkt om een aanvraag in te dienen. Dat is uiteindelijk uitgesteld. Dit jaar willen we een nieuwe kans wagen. Alle seinen staan op groen!

Ons doel is tot een goed onderbouwd Integrated Project te komen. Daarmee bedoelen we dat:

  • Het vernieuwend is;
  • Het aansluit bij EU-criteria voor het (voorkomen van) afval, opschaalbaarheid, makkelijke overdraagbaar naar andere regio’s/lidstaten;
  • Het gericht is op het bovenste deel van de R-ladder (refuse & rethink, reduce, reuse, repair);
  • Het daadwerkelijk en effectief kan bijdragen aan het versterken van de marktvraag en daarmee beter sluiten van de ketens.

Projecten die willen meedoen (publiek of privaat) in de LIFE IP subsidieaanvraag moeten daarom voldoen aan een aantal criteria. Hoe dit eruit ziet, leest u verderop onder ‘inhoudelijke criteria’.

Hoe ziet de planning eruit?

Een eerste aanvraag in de vorm van een Concept note moet begin oktober bij de Europese Commissie worden aangeleverd. Inderdaad, dit maakt de planning heel krap:

  • Aanmelding van projecten in juli,
  • Beoordeling in augustus (1e helft) door MVO Nederland, Groene Brein, RWS (Rijkswaterstaat), IenW,
  • Schrijven en afronden van de Concept note van medio augustus t/m september.

Wij realiseren ons goed dat het kort dag is, en dat ook nog in vakantietijd. Gezien de criteria en de gevraagde bijdrage in de financiering, gaan wij ervan uit dat we hiermee vooral de al verder uitgewerkte projecten kunnen opnemen: projecten waar al nagedacht is over (onrendabele toppen in) de business case, of waar impact vergroot kan worden met extra budget, of versneld resultaat geboekt kan worden met extra budget, etc.

Als u op basis van bovenstaande en op basis van de inhoudelijke criteria mee wilt doen aan deze call, dan vragen we u hierbij om uiterlijk 31 juli uw project bij ons in te dienen. Eerdere aanlevering wordt toegejuicht. Eind juli (voor zover mogelijk) /begin augustus zal beoordeling plaatsvinden en eventueel om verduidelijking worden gevraagd. In augustus zullen 1 of enkele sessies worden georganiseerd om geselecteerde projectvoorstellen te finetunen.

Inhoudelijke criteria

De criteria voor de projecten zijn hieronder uitgewerkt. De set criteria werkt als een zeef, met meerdere lagen waar het project doorheen moet. Zie hieronder.

Toelichting op criteria: De criteria gelden cumulatief, afgezien van de laatste ‘laag’ waarbij kan worden gekozen tussen circulair inkopen en gedragsbeïnvloeding.

Te selecteren projecten bouwen voort op het uitvoeringsprogramma CE, en sluiten aan bij de doelen van de Transitieagenda’s CE. De combinatie van de bovenste vier treden van de R-ladder met de gevraagde nadruk op sociale vernieuwing, betekent de facto dat het gaat om vernieuwende projecten die voort kunnen bouwen op bestaande initiatieven (en er niet mee dubbelen), zorgen voor nieuwe impulsen, versnelling en opschaalbaarheid, en zo mogelijk zicht op mainstreaming van deze innovatie (en wat daarvoor nodig is).

  1. verplicht EU criterium (gekoppeld aan Kaderrichtlijn afval): de projecten moeten afval-gerelateerd zijn (ze vallen immers onder de Life-categorie ‘afval’) en bijdragen aan Landelijk afvalbeheersplan en Afvalpreventieprogramma. Afval-gerelateerd is daarbij een breed begrip, het gaat ook over preventie of verminderen of hergebruik van afval, dus kan in die zin ook aansluiten bij criterium 3 hieronder.
  1. verplicht EU-criterium: opschaalbaarheid/overdraagbaarheid naar andere regio’s /lidstaten. De Europese Commissie vindt het van belang dat dit geld wordt aangewend voor projecten die navolging kunnen vinden in andere regio’s (nationaal of Europees) of lidstaten zodat daarmee de EU-doelen beter en sneller behaald kunnen worden. In aanvraag aangeven of en hoe dit kan en wat de projecteigenaar er zelf aan kan of gaat doen.
  1. criterium IenW: het project moet gericht zijn op de hoogste treden van de R-ladder zoals door PBL vormgegeven, t.w. refuse & rethink, reduce, reuse, repair.

Hiernavolgende criteria zijn gericht op sociale innovatie. Hiermee dient te worden gezorgd voor stimulering van de marktvraag en daarmee het sluiten van de ketens, door het effectief tot stand brengen daarvan door een andere manier van (keten)samenwerking, andere business modellen en ander gedrag van actoren in de ketens.

  1. Ketensamenwerking met focus op netwerken, verbinden van partijen en leren van elkaar

Een voorwaarde is dat projectindieners in hun plan laten zien dat en hoe zij samenwerken met partners in de keten (of ketenoverschrijdend, als dat kan bijdragen) en dat zij aantoonbaar samenwerking aangaan met partners die ondersteunen of aanvullen bij het sluiten van de keten – zoals het borgen van (een deel van) de afzet; het implementeren van een nieuwe business case; het uitwerken van een innovatief concept; het bijdragen in kennis. Transparantie en openheid in de keten is daarbij een voorwaarde.

  1. A: gedragsbeïnvloeding.
    Gedragsbeïnvloeding is van belang, voor alle partijen in de keten. Van producent (waarvan ander ontwerp en aandacht voor levensduur, repareerbaarheid en terugneembaarheid van (kritieke) materialen verwacht mag worden) tot afnemer . (die het verhaal achter het product moet kennen, en de mogelijkheden in handen moet krijgen via marktvraag invloed uit te oefenen op de levensduur). De relatie producent – afnemer kan B2G, B2B of B2C zijn.

In deze uitvraag wordt primair gekozen voor het stimuleren van de vraag naar nieuwe businessmodellen ter beïnvloeding van het gedrag van de afnemer. Circulair gedrag moet makkelijker worden gemaakt.

Om een nieuw gedrag te bereiken, dat gericht is op de hoogste treden van de R-ladder, draagt een ander denk-concept bij: ‘van eigenaar naar gebruiker’.

Binnen diverse transitieagenda’s (consumptiegoederen, maakindustrie) wordt al aan dit concept verder gewerkt met concrete pilots en projecten, maar er is een veel grotere boost nodig om deze shift te versnellen.

Andere vernieuwende businessmodellen zijn daarbij niet uitgesloten, mits die hetzelfde doel beogen.

Naderhand kunnen de bevindingen gebruikt worden in campagnes door de overheid en andere organisaties die de consument willen stimuleren tot meer circulair gedrag.

  • 5 B: circulair inkopen
    Circulair inkopen wordt reeds breed ingezet als onderdeel van ketensamenwerking, en om circulaire businessmodellen geïmplementeerd te krijgen. Circulair inkopen is ooit ingezet om (door de overheid) als launching customer de vraag te stimuleren, en wordt vaak opgevat als circulair inkopen door publieke partners (green public procurement).
    Sinds 2013 is er ook de  Green Deal Circulair Inkopen (gdci.nl), waarbij naast overheid ook marktpartijen zijn aangesloten. Om dit te ondersteunen, de lessen eruit te implementeren en deze op te schalen, worden in deze uitvraag juist ook marktpartijen uitgenodigd tot circulair inkopen. Hiermee wordt een extra impuls gegeven aan circulair inkopen door private partners, zodat publieke en private eilanden kunnen worden verbonden en meer massa in de vraag kan worden bereikt. Hierbij geldt dat we uitgaan van concepten waarbij juist de inzet op de hogere R’s van de R-ladder wordt geborgd, bijvoorbeeld door betere garantie op onderhoud en reparatie contractueel te borgen.

Wat moeten projecten aanleveren?

Geïnteresseerde partijen wordt verzocht een zeer kort projectplan aan te leveren van maximaal 2 A4 waarop in ieder geval wordt aangegeven:

  • het project: naam, korte samenvatting van max 100 woorden,
  • doel van het project
  • eigenaar/trekker van het project
  • participanten in het project
  • looptijd
  • welke stappen u met het project gaat zetten
  • hoe en waarom naar uw idee het project aan de criteria van de Life-Zeef voldoet
  • hoe het project (langjarig) bijdraagt aan de versnelling van de transitie CE (inclusief grondstoffenbesparing, vermindering afval, bespaarde CO2) en hoe dit inzichtelijk kan worden gemaakt
  • wat u al in gang heeft gezet
  • hoe u opschaling en overdraagbaarheid (naar andere regio’s / lidstaten) ziet
  • het benodigde budget
  • hoe u bijdraagt aan de financiering (eis: 40% cofinanciering door project zelf, waarbij geldt dat voor deze 40% het aanwenden van andere EU-subsidiebronnen niet is toegestaan); en graag aangeven wanneer u definitief weet of u dit budget hebt.

Bij wie en wanneer?

U kunt uw projectplan aanleveren bij het Versnellingshuis: hallo@circulairondernemen.nl

Ook voor nadere vragen kunt u hier terecht.

Wij kijken uit naar uw voorstellen!