Meten is weten!


Onderwijsinstellingen willen hun circulariteit monitoren

Begin oktober vond de vijfde bijeenkomst plaats van de duurzaamheidskring ‘afval en circulariteit’ met 20 onderwijsinstellingen. Deze groep zit met elkaar aan (de digitale) tafel omdat ze grote stappen willen zetten op dit gebied. Ze lopen hierbij tegen complexe vraagstukken aan. Door kennis en ervaringen te delen kunnen de instellingen effectiever aan de slag en zelfs samen projecten opstarten. In deze bijeenkomst was het onderwerp ‘monitoring’.

Meten is weten

Meten is weten, dát weten de onderwijsinstellingen als geen ander. Door inzicht te verkrijgen in de afvalhoeveelheden per stroom kan je bepalen waar de prioriteiten en aangrijpingspunten liggen voor afvalpreventie en -scheiding. Vervolgens kan je hier doelen aan koppelen en het effect van genomen maatregelen gaan monitoren. Het is ook nuttig om te benchmarken: vergelijk jouw prestaties met die van andere locaties. De groep overweegt om samen een monitoringsgroep op te starten op het thema afval en circulariteit.

Voorwaarde is wel dat je goed inzicht hebt in je afvalhoeveelheden. In de meeste gevallen ontvang je deze data van je afvalinzamelaar, maar dit is niet altijd specifiek genoeg. Onderwijsinstellingen zijn bijvoorbeeld op zoek naar meer gedetailleerde data per adres, of meer exacte cijfers die niet zijn gebaseerd op aannames. Zelf schatten kan daarvoor een uitkomst zijn, maar dat kost wel (veel) tijd. Beter is deze wensen met je afvalinzamelaar af te spreken (en vast te leggen in contracten). Verder zijn de deelnemers op zoek naar handige tools en dashboards waarin de data verder geanalyseerd (én gecommuniceerd) kunnen worden. Een handig instrument is bijvoorbeeld de Milieubarometer, waarin afvalgegevens worden omgezet in handige impactgrafieken en KPI’s.

Een sorteerproef: wat zit er eigenlijk ín mijn afval

Met een sorteerproef duik je letterlijk dieper in het afval door te analyseren wat er precies in de afvalbakken zit. De resultaten helpen om actiepunten op te stellen om 1) de vervuilingsgraad te verlagen en 2) afval te voorkomen. Een voorbeeld: uit de sorteeranalyse kan naar voren komen dat een groot deel van jouw afval van buiten komt. Alleen door daadwerkelijk de zakken leeg te gooien, komt dit in beeld. Een vervolgstap kan zijn om met nabijgelegen horecagelegenheden in gesprek te gaan over bijvoorbeeld de mogelijkheden voor herbruikbare bekers of beter recyclebare materialen.

Een belangrijk neveneffect van de sorteerproef is dat het de bewustwording bij de medewerkers verhoogt, door de directe confrontatie met het (eigen) gedrag. Onderwijsinstellingen kunnen de sorteerproef ook goed met studenten uitvoeren. Wanneer een expert een sorteeranalyse professioneel begeleidt, kan bovendien het nut van afvalscheiding beter aan worden getoond. Patrick van der Sanden vertelde de groep hoe zo’n sorteerproef bij EcoSmart/Renewi in zijn werking gaat. Hij raadt aan om dit twee keer per jaar uit te voeren, zodat je na de nulmeting (bijvoorbeeld bij de start van een contract) je behaalde resultaten en doelen kan monitoren. Vaak doe je zo’n sorteeranalyse met je eigen afvalverwerker, maar dat hoeft niet.

Marije van Elschot van de Universiteit Utrecht presenteerde aan de groep welke informatie zij haalden uit het omkeren van de afvalbakken. Een beeld dat herkend werd door de rest van de groep. Acties die volgden uit de analyse zijn onder andere duidelijkere scheidingsbakken en -zakken en de universiteit gaat in gesprek met de cateraar over verpakkingen.

De andere kant: meten wat er binnenkomt

Circulariteit gaat veel verder dan alleen het afval. Om écht iets te kunnen zeggen over hoe circulair je bezig bent, moet je ook kijken naar de grondstoffen: wat komt er binnen? Door hier een goed beeld van te krijgen kan je inzetten op duurzamere inkoop van bepaalde productcategorieën. Maar  analyseren van de inkoop van producten en bijbehorende materialen is een zeer tijdsintensieve exercitie. Het monitoren hiervan gebeurt nog niet systematisch zoals aan de achterkant bij het afval.

Maar dit is iets waar organisaties wel naartoe gaan, om ook de andere kant van circulariteit te kunnen beoordelen. Wageningen University & Research (WUR) deed zo’n exercitie in 2019. Dit gaf ze een goed beeld welke type producten er op de WUR worden ingekocht (elektronica, kantoorartikelen, meubilair, vervoersmiddelen, gebouwen, voeding, schoonmaakmiddelen, werkkleding). Deze resultaten hebben bijgedragen aan de duurzaamheidsstrategie die de universiteit inzet om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken ten opzichte van 2014.

De volgende sessie

Voor de komende sessies staan er nog genoeg andere onderwerpen binnen het thema ‘afval en circulariteit’ op de wensenlijst van de instellingen. Hoe kan je bij inkoop al rekening houden met circulariteit? Hoe pak je het wegwerpplastic aan afkomstig van externe partijen op de campus? Wat kan je verbeteren aan je eigen cateringactiviteiten op de campus? De kring hoger onderwijs zal hiervoor dit jaar nog één keer bijeenkomen. Eerder dit jaar hielden we sessies over afvalprobleemgedrag en afval duurzaam aanbesteden.

De duurzaamheidskring  is geïnitieerd en gefinancierd door het programma VANG Buitenshuis van Rijkswaterstaat. Stichting Stimular begeleidt het initiatief.